Hoeveel innemen?
De therapeutische inname van veel vitaminen en ook mineralen is vele malen hoger dan de ADH (Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid). Dit kan meestal veilig gebeuren omdat vitaminen vrijwel niet giftig zijn. Toediening van 1000 of 10000 maal de ADH voor de behandeling van een kwaal is geen uitzondering. De hoeveelheid van een stof wordt uitgedrukt in mg (milligram) g (gram) en mcg (mcg). Een mg is een duizendste gedeelte van een gram. Een mcg is eenduizendste gedeelte van een milligram. Dus 1 mcg is een miljoenste deel van een gram.
Voorbeeld:

De ADH voorvitamine C is 50 mg.Een vaak toegepaste dosering door een orthomoleculair therapeut is bijvoorbeeld 5 gram.
Dit is 5000 mg. Dus 100 maal zoveel als de ADH.
Voor alle vitaminen, mineralen en sporenelementen geldt iets vergelijkbaars, maar mineralen en sporenelementen hebben een veel lagere giftigheid dan vitaminen. De speling is hier dus kleiner.
Voorbeeld:
De ADH voor zink staat op 15 mg. Soms wordt door een therapeut 100 of 200 mg voorgeschreven. Dit betekent 7 of 15 maal zoveel als de ADH. Meer is meestal niet nodig maar ook niet gewenst omdat teveel zink kan leiden tot (milde) giftigheidverschijnselen.
Vitamine A is een uitzondering. De giftigheid van vitamine A is bijzonder laag, maar omdat vrouwen zwanger kunnen worden en de foetus kwetsbaar is heeft de Nederlandse overheid de vitamine A inname aan regels gebonden.
Voorbeeld:
De ADH voor vitamine A is 3000 IE (Internationale Eenheden). Therapeutisch kan bij volwassenen tot 50.000 IE gegaan worden zonder noemenswaardige bijverschijnselen.
Dit is 16,67 maal zoveel. Bij zwangere vrouwen is 10.000 IE de grens. Dit is 3,33 maal zoveel als de ADH.






